Twee verhalen vandaag over een broodvermenigvuldiging,
een uit het Oude, een uit het Nieuwe Testament.
Maar beide met dezelfde conclusie:
waar mensen tot delen bereid blijken, wordt schaarste tot overvloed.

De liturgie van de 17e zondag

Broeders en zusters in Christus, ik las deze week de volgende mooie uitdrukking: Geen heilige zonder verleden, geen zondaar zonder toekomst. Persoonlijk denk ik ook: elk mens heeft een verleden, elk mens heeft een toekomst.
En Jezus nu verzoent als geen ander, naar mijn weten, het verleden met de toekomst in het heden. Geen heilige zonder verleden, geen zondaar zonder toekomst. Het volstaat ons die geloven op Jezus’ uitnodiging met een nederig en oprecht hart in te gaan zoals tal van mensen voor ons hebben gedaan.
De Kerk is een eeuwige instelling en geloofsgemeenschap, die bestaat uit mensen, die allen een verleden, maar ook een gezamenlijke toekomst hebben, die in het hier en nu al gestalte krijgt. Christelijk leven is vooreerst voor ons allen een oefening in barmhartigheid en vergeving.
Dergelijk gedrag wordt niet verstaan door wie de verwaandheid heeft te denken dat hij rechtvaardig is en zich beter dan anderen acht. Hoogmoed en trots verhinderen ons het barmhartige gelaat van God te zien en met barmhartigheid te handelen. Ze zijn een muur.
Hoogmoed en trots zijn een muur, die gemeenschap onmogelijk maken. En toch, de zending van Jezus bestaat precies hierin. Uit alle volkeren, rassen en talen, rangen en standen brengt Hij ons bijeen en richt Hij een maaltijd aan.
De profetie van Jesaja gaat in vervulling die dag. In die dagen zal de Heer van de hemelse machten op de berg voor alle volken een maaltijd aanrichten, een maaltijd van vette spijzen en van belegen wijnen, een maaltijd van vette, mergrijke spijzen en van geklaarde, belegen wijnen! (…) Op die dag zal men zeggen: β€˜Dat is onze God, op wie wij hoopten: Hij heeft ons gered! Dat is de Heer, op wie wij vertrouwden: laat ons jubelen en ons verheugen om de redding die Hij ons gebracht heeft!’” (Jesaja 25,6-9).
Het volk begreep die dag, dat de maaltijd die Jezus aanrichtte onder hen de vervulling was van de Messiaanse belofte, dat ze hem met Pasen tot koning wilde uitroepen. Uiteindelijk verklaarde de stadhouder Pontius Pilatus officieel Jezus van Nazareth tot Koning der Joden, nadat hij om politieke redenen Jezus, ofschoon hij hoe dan ook geen schuld in Hem zag, ter dood veroordeelde.
Deze Jezus roept ons op en nodigt ook ons uit om het dagelijkse brood met elkaar te delen. Om deelgenoot te worden aan de Messiaanse belofte.
Echter wie acht zich te goed en voornaam om met andere mensen aan te zitten en maaltijd te houden, het dagelijks brood te delen? In een gezamenlijke maaltijd leer je pas elkaar echt kennen is mij geleerd.
Als de farizeeΓ«n in die dagen ophef maken omdat Jezus met zondaars en tollenaar maaltijd houdt en weigeren bij hen te zitten, dan herinnert Jezus eraan dat ook zij tafelgenoten van God zijn. Ook zij worden deelgenoot aan het hemelsbrood dat Jezus geeft. Niemand is uitgesloten van Gods belofte, daar elk mens een verleden heeft en elk mens een toekomst. Of beter gezegd: geen heilige zonder verleden, geen zondaar zonder toekomst.
De kerk nu, de geloofsgemeenschap van Christus, die wij allen die gedoopt zijn samen vormen, gedenkt en viert dagelijks dit geloofsmysterie in de tafel/dienst van het Woord en de tafel/dienst van de Eucharistie (cf. Dei Verbum, 21).
Door het Woord openbaart God zich en ook wij zijn genodigd tot een uitwisseling met elkaar waarin wij onszelf openbaren. Tezelfdertijd komt door de uitwisseling het verleden en de toekomst, in het heden bijeen. De eerste dag van de week, op de zondag met name.
Geliefde broers en zussen, wij allen zijn genodigd aan de maaltijd die de Heer aangericht heeft, deel te nemen. Laten we leren met barmhartigheid te kijken en in elkaar een tafelgenoot te herkennen, een broer en zuster, met wie we allen een gezamenlijke toekomst hebben en wel door Christus onze Heer.
Op het einde der tijden zal Hij wederkomen en zal Hij de orde herstellen. Onder tussentijd bereiden wij, zoals op tal van plaatsen en in tal van dorpen en gemeenschappen gebeurt, een maaltijd van de Heer en vieren wij de Eucharistie. Houden wij de messiaanse belofte levend in het breken van het brood en drinken uit deze beker. Zalig zij die genodigd zijn aan de maaltijd van Heer. Amen