voor de parochianen uit de kerkdorpen Sint Anthonis, Oploo, Stevensbeek, Westerbeek, Overloon, Maashees, Vierlingsbeek, Groeningen, Beugen, Oeffelt, Rijkevoort, Wanroij, Ledeacker, Landhorst.
Wilt u een afspraak maken voor een kerkelijke uitvaart na overlijden
neem ten alle tijden contact met onze pastoor, Jos Hermans, telefoonnummer 06-53673117 en secretariaat met Dianne voor het doorgeven van alle gegevens en overige vragen, telefoon 0485-461247.
U kunt zelf bellen of wachten op de uitvaartondernemer die het overlijden namens u verder regelt. Als de pastoor de uitvaart bevestigt heeft ontvangt het secretariaat formeel van de uitvaartondernemer betreffende gegevens als het afgesproken tijdstip van de kerkelijke uitvaartdienst, de gegevens van de overledene, de gegevens van de nabestaanden en aanvraag van een begrafenis op een van onze parochiële kerkhoven.
Wij verzoeken de begrafenisondernemer het formulier met gemaakte afspraak van de dienst en/of verzoek tot begrafenis op kerkhof door te mailen naar: secretariaat@mmvdk.nl. Op basis van dit formulier zal de betreffende factuur worden verzorgd conform de dan geldende tarieven welke te vinden zijn op deze website.
Uitvaartvieringen de pastoor geeft leiding aan de uitvaarten in overleg met de betrokkenen.
Alleen de uitvaart zelf
1. De kern van de kerkelijke uitvaart bestaat in de viering van het woorden de laatste aanbeveling ten afscheid en bovendien een eucharistieviering die eventueel later gevierd kan worden.
2. Om kerkelijk te zijn dient de viering geleid te worden door een priester of diaken of door een wettig aangestelde leek. Het is de pastoor niet toegestaan een lekengelovige (ook geen pastoraal werkende) een uitvaartdienst te laten leiden.
3. De uitvaartviering vindt bij voorkeur in de kerk plaats maar kan ook in de vorm van een verkorte viering (géén eucharistieviering) in een crematorium of op een begraafplaats plaatsvinden. Men volgt hierbij het rituale voor de uitvaart en het lectionarium voor de overledenen.
4. Meestal vindt er een uitgebreidere viering plaats in de kerk ofwel in het kader van een eucharistieviering of in een woorddienst. Willen de nabestaanden nadrukkelijk een Eucharistieviering, dan wordt daar normalerwijze gevolg aan gegeven.
5. Wat betreft de cd’s en de alternatieve teksten verwijzen wij naar de in 2003 verschenen brochure van het bisdom ‘Kiezen voor een kerkelijke uitvaart’ waarin iedere mechanische muziek, waaronder cd’s, uitgesloten wordt en de persoonlijke herinneringsteksten beperkt zijn tot het begin en het eind van de viering. De brochure roept op een persoonlijk element te zoeken in het uitkiezen van de schriftlezingen, de gebeden en de gezangen.
Avondwake voorafgaande aan de uitvaart
6. Het was de gewoonte aan de vooravond van een uitvaart een voorbereidende gebedsdienst te houden. Men vindt hiervoor modellen in het rituale voor uitvaarten.
7. Het is nogal eens gebruikelijk, ook wel bij een uitvaart, om een lichtritus met een zevenarmige kandelaar te houden. Soms steekt men dan als eerste de paaskaars plechtig aan. Dat is liturgisch niet juist. De paaskaars als symbool van de verrezen Heer wordt maar één keer per jaar plechtig aangestoken in de paasnacht. Bij een avondwake en bij een uitvaart brandt de paaskaars reeds bij de aanvang van de viering.
8. Bij het ontsteken van de zevenarmige kandelaar is het van belang om bij iedere kaars God te prijzen om zijn grote daden waardoor Hij het voor ons licht maakt. Het is niet zo dat bij de liturgie bij iedere kaars de overledene wordt geprezen.
9. Avondwake is geen herinneringswake maar een gebedswake. De herinnering mag een plaats hebben maar geen overheersende. Dat geldt ook voor de zang. Het dient liturgische of minstens passende religieuze zang te zijn.
10. De Kerk vindt de kerkelijke uitvaart voor haar gelovigen een dermate groot goed dat zij die alleen om zeer ernstige reden weigert. Dan is het vreemd dat de nabestaanden aan een gelovige de kerkelijke uitvaart weigeren en alleen om een avondwake vragen. De avondwake is een biddend voorbereiden op de uitvaart van de volgende dag, waardoor deze twee vieringen met elkaar zijn verbonden. Wanneer het een praktische zaak betreft, omdat men bijvoorbeeld ’s morgens vanwege het crematorium te weinig tijd heeft om naar de kerk te komen, dan kan men de avondwake het karakter van een uitvaart geven. Dan zal de priester of de diaken voorgaan en wordt het rituale voor de uitvaart gevolgd. Een andere mogelijkheid is dat de priester/diaken mee naar het crematorium gaat en daar een korte uitvaartdienst (géén eucharistieviering) doet. Wil de familie dit alles niet, dan moet men geen avondwake toestaan.
In het crematorium
11. Gaat een priester of diaken in liturgische kleding mee naar het crematorium voor een uitvaartviering of voor een korte afscheidsviering na de viering in de kerk, dan is het geheel een liturgische plechtigheid waarin de regels van de liturgie gelden wat betreft teksten en muziek. Het is ongepast als tijdens die viering profane vocale muziek ten gehore wordt gebracht. Het dient religieuze of ‘neutrale’ instrumentale muziek te zijn.
12. Wordt de priester/diaken gevraagd alleen tussen toespraken en herinneringsmuziek een gebed te zeggen, dan dient hij niet te suggereren dat het liturgie is en daar niet in liturgische kleding maar in civiele kleding het gebed te verrichten.
13. Het is in ons bisdom nooit toegestaan in een crematorium de Eucharistie te vieren of de communie uit te reiken.
Absoute op het kerkhof en op zondag de intentie van de overledene.
14. Bij een begrafenis op katholieke begraafplaats wordt een absoute gehouden en het graf gezegend voor de ter aarde stelling.
15. Ook als er enkel en alleen een bijzetting is wordt er een absoute gehouden en zegening van het graf. Op de zondag erna wordt een intentie voor de overledene in de eucharistie afgelezen en waar dit op prijs wordt gesteld ook nog een gedachteniskruisje opgehangen.
Canoniek Recht ; Boek IV Deel II Titel III Kerkelijke uitvaart 1176-1185
Can. 1176 – § 1 Aan de overleden christengelovigen moet een kerkelijke uitvaart gegeven worden volgens het recht.
§ 2 De kerkelijke uitvaart, waardoor de Kerk voor de overledenen geestelijke bijstand afsmeekt en hun lichamen eert en waardoor zij tegelijk aan de levenden de troost van de hoop geeft, moet gevierd worden volgens de liturgische wetten.
§ 3 Met aandrang beveelt de Kerk aan de vrome gewoonte te bewaren om de lichamen van de overledenen te begraven; zij verbiedt nochtans de crematie niet, tenzij deze laatste gekozen werd om redenen die met de christelijke leer in strijd zijn.
Hoofdstuk I Viering van de uitvaart 1177-1182
Can. 1177 – § 1 De uitvaart moet voor iedere gelovige in het algemeen in de kerk van de eigen parochie gevierd worden.
§ 2 Nochtans heeft iedere gelovige, of hebben zij wie het toekomt voor de uitvaart van een overleden gelovige te zorgen, het recht om een andere kerk voor de uitvaart te kiezen met toestemming van degene die over deze kerk aangesteld is, en na de eigen pastoor van de overledene verwittigd te hebben.
§ 3 Als het overlijden plaatsgevonden heeft buiten de eigen parochie en het stoffelijk overschot daarheen niet overgebracht is en ook geen andere kerk voor de uitvaart gekozen is, dient de uitvaart gevierd te worden in de kerk van de parochie waar het overlijden plaatsgevonden heeft, tenzij door het particulier recht een andere kerk aangeduid is.
Can. 1178 – De uitvaart van een diocesane Bisschop dient gevierd te worden in de eigen kathedrale kerk, tenzij hijzelf een andere kerk gekozen heeft.
Can. 1179 – De uitvaart van religieuzen of van leden van een sociëteit van apostolisch leven
dient in het algemeen gecelebreerd te worden in de eigen kerk of kapel door de Overste, als het instituut of de sociëteit clericaal is, anders door de cappellanus.
Can. 1180 – § 1 Als de parochie een eigen kerkhof heeft, moeten de overleden gelovigen daar worden begraven, tenzij door de overledene zelf of door hen wie het toekomt voor de begrafenis van de overledene te zorgen, wettig een ander kerkhof gekozen is.
§ 2 Allen is het echter toegestaan een kerkhof voor de begrafenis te kiezen, tenzij het recht hun dit belet.
Can. 1181 – Wat betreft de gaven bij gelegenheid van een uitvaart dienen de voorschriften van can. 1264 in acht genomen te worden; hierbij moet echter veilig gesteld worden dat bij de uitvaart geen enkel aanzien des persoons geldt en dat armen een passende uitvaart niet wordt onthouden.
Can. 1182 – Nadat de teraardebestelling verricht is, dient de inschrijving in het overlijdensregister te gebeuren volgens het particulier recht.
Hoofdstuk II Aan wie de kerkelijke uitvaart toegestaan of geweigerd moet worden 1183-1185
Can. 1183 – § 1 Wat de uitvaart betreft, moeten catechumenen gerekend worden tot de christengelovigen.
§ 2 De plaatselijke Ordinaris kan toestaan dat kinderen, van wie de ouders de bedoeling hadden hen te dopen maar die vóór het doopsel gestorven zijn, een kerkelijke uitvaart krijgen.
§ 3 Aan gedoopten die lid zijn van een niet-katholieke Kerk of kerkelijke gemeenschap, kan de kerkelijke uitvaart toegestaan worden volgens het wijs oordeel van de plaatselijke Ordinaris, tenzij het vaststaat dat zij dit niet wilden en mits een eigen bedienaar niet beschikbaar is.
Can. 1184 – § 1 Tenzij zij vóór hun dood enige tekenen van berouw gegeven hebben, moeten van de kerkelijke uitvaart uitgesloten worden:
1. publiek gekende afvalligen, ketters en schismatici;
2. zij die crematie van het eigen lichaam gekozen hebben om redenen die strijdig zijn met het christelijk geloof;
3. andere manifeste zondaars, aan wie de kerkelijke uitvaart niet toegestaan kan worden zonder publieke ergernis van de gelovigen.
§ 2 Als zich enige twijfel voordoet, dient men de plaatselijke Ordinaris te raadplegen en zich te houden aan zijn beslissing.
Can. 1185 – Aan wie uitgesloten is van de kerkelijke uitvaart, moet ook elke uitvaartmis geweigerd worden.