Per 1 januari 2024
Pastoor-Voorzitter A.J.M. Hermans benoemd 1 oktober 2022 voor onbepaalde tijd
Secretaris P. van den Berg benoemd 15 mei 2024 en aftredend 15 mei 2028
Vice-Voorzitter F. van Waes herbenoemd per 1 maart 2024 en aftreden 1 maart 2028Β Β (gebouwen)
Samenstelling van het kerkbestuur
Artikel 25
1 . Het kerkbestuur bestaat uit de pastoor of zijn kerkrechtelijk aangewezen plaatsvervanger en voorts uit tenminste vier andere bestuursleden.
2. 2. Het aantal bestuursleden wordt door de bisschop, al dan niet op verzoek van het kerkbestuur, vastgesteld of gewijzigd.
Artikel 26
1 .Β De pastoor of zijn kerkrechtelijk aangewezen plaatsvervanger is van rechtswege voorzitter van het kerkbestuur.
2. Een bestuurslid wordt -de parochievergadering gehoord- op voordracht van het kerkbestuur door de bisschop als vice-voorzitter benoemd. De vice-voorzitter kan op verzoek van de pastoor of diens kerkrechtelijk aangewezen plaatsvervanger, indien deze dat nodig of gewenst vindt, de voorzitter vervangen en als zodanig kan hij de parochie vertegenwoordigen voor zover dat betrekking heeft op vermogensrechtelijke handelingen de parochie betreffende, met inachtneming van art. 51.
Artikel 27
1 . Als bestuursleden zijn benoembaar katholieken, die uitmunten door een vast geloof, een rechtschapen levenswandel en een wijs oordeel (cf. can. 512 Β§ 3).
2. De bestuursleden worden door de bisschop voor een periode van vier jaar benoemd en zijn slechts eenmaal terstond herbenoembaar. In uitzonderlijke gevallen kan de bisschop om redenen van algemeen belang desgevraagd voor een derde zittingstermijn van vier jaar benoemen.
3. De bisschop kan om gewichtige te zijner beoordeling staande redenen besluiten niet tot benoeming over te gaan, nadat hij met het kerkbestuur heeft overlegd en de betrokkene(n) heeft gehoord.
4. Zodra de schriftelijke benoeming door de bisschop aan de betrokkenen is medegedeeld, treden zij in functie en treden de leden van het kerkbestuur, die aan de beurt zijn om af te treden, af.
5. Bestuursleden, die de leeftijd van vijfenzeventig jaar hebben bereikt, treden af op 1 juni daaropvolgend.
6. Overigens treden bestuursleden af volgens een door het kerkbestuur opgesteld rooster.
7. Dit rooster moet zodanig worden ingericht, dat het periodiek aftreden van een of meer
bestuursleden telkenjare op de eerste juni plaats heeft en dat ieder bestuurslid met inachtneming van het bepaalde in het negende lid vier jaar na zijn benoeming aftreedt.
8. De bepaling van het voorgaande lid behoeft niet in acht te worden genomen door bestuursleden, die door de bisschop worden benoemd bij de oprichting van nieuwe parochies, in welke gevallen bij het opstellen van het rooster dient te worden gestreefd naar geleidelijk aftreden van de bestuursleden, zodanig, dat degenen die het langst in functie zijn, dan wel het oudst in leeftijd zijn het eerst voor aftreden in aanmerking komen.
9. Bij tussentijdse vacatures, alsmede bij vacatures tengevolge van het bereiken van de vijfenzeventigjarige leeftijd, treedt het nieuw benoemde bestuurslid wat betreft de beurt van het aftreden volgens het rooster in plaats van zijn voorganger.
10. Het kerkbestuur draagt er zorg voor dat, zodra het aantal bestuursleden veranderen mocht, in het rooster van aftreden de nodig geworden wijzigingen worden aangebracht.
11. Bij iedere aftreding of vacature zal het kerkbestuur bij openbare kennisgeving de parochianen in de gelegenheid stellen kandidaten voor te dragen of -wanneer een parochievergadering op grond van artikel 39 is ingesteld- aan de parochievergadering verzoeken, aan het kerkbestuur een voordracht te doen van zo mogelijk twee kandidaten.
12. Door het kerkbestuur wordt ter zake van het periodiek aftreden of het aftreden wegens het bereiken van de vijfenzeventigjarige leeftijd, uiterlijk op de eerste april voorafgaand aan de datum van aftreden en overigens binnen een maand na de datum van de openbare kennisgeving als in het vorige lid bedoeld, aan de bisschop een gemotiveerde voordracht van twee kandidaten ingezonden voor het te benoemen lid.
13. De voorzitter zal zorg dragen, dat van de benoeming van een bestuurslid en van de samenstelling van het kerkbestuur aan de parochianen mededeling wordt gedaan.
14. Bij aanvaarding van zijn functie belooft het bestuurslid tegenover de pastoor of diens kerkrechtelijke plaatsvervanger dat hij een goed en trouw beheer zal voeren. Daar waar de bisschop dat bepaald heeft zal het bestuurslid een eed afleggen tegenover de deken, dat hij een goed en trouw beheer zal voeren (cf. can. 1283, n 1).
Artikel 28
Als lid van het kerkbestuur kunnen niet benoemd worden: a. zij, die niet in de parochie woonachtig zijn, tenzij de bisschop om reden van algemeen belang hiervan ontheffing verleent; b. zij, die niet in het volle bezit van hun burgerlijke rechten zijn; c. echtgenoten, bloedverwanten en aanverwanten van een lid van het kerkbestuur tot en met de graad van bloedverwantschap tussen neven c.q. nichten; d. zij, die door het kerkbestuur in loondienst zijn aangesteld, en zij, die leveringen van goederen en betaalde diensten ten behoeve van de parochie verrichten.
Artikel 29
Wanneer het kerkbestuur bij enige aftreding of vacature verzuimt binnen drie maanden na het ontstaan der vacature een voordracht van kandidaten bij de bisschop in te dienen, is deze bevoegd zelfstandig in iedere vacature te voorzien.
Artikel 30
1 . Een bestuurslid kan op zijn verzoek worden ontslagen door de bisschop, nadat het kerkbestuur en eventueel het betrokken bestuurslid aangaande dat verzoek is gehoord.
2. De bisschop kan om gewichtige, te zijner beoordeling staande redenen, een bestuurslid uit zijn functie ontslaan, of ook het bestaande kerkbestuur in zijn geheel ontbinden, nadat in beide gevallen een volledig onderzoek der feiten heeft plaats gehad en de betrokkenen in hun belang zijn gehoord.
3. Wanneer het bestaande kerkbestuur wordt ontbonden regelt de bisschop β na de parochievergadering, indien ingesteld ingevolge artikel 39, gehoord te hebben- de vervulling van de ontstane vacatures en kan hij maatregelen treffen in verband met de omstandigheden.