Tien jaar geleden was de visie dat de sluiting van een aantal kerken in de regio St. Anthonis nakende was. De regionale krant berichtte: “snel zal duidelijk worden welke kerken in de parochie overbodig worden”.
In een brief van de bisschop Hurkmans zou bekend gemaakt worden welke kerken in St. Anthonis, Oploo, Ledeacker, Wanroij, Rijkevoort, Landhorst, Westerbeek, Stevensbeek, Overloon, Vierlingsbeek, Groeningen, Maashees, Holthees en Beugen open zouden blijven. Eerder maakte deken-pastoor Kerssemakers duidelijk: “de parochie teert zo erg in op het eigen vermogen dat als er niets gebeurt over vijftien jaar álle kerken dicht moeten”. Daar zijn we nog maar drie jaren van verwijderd.














Dat alle kerken dicht moeten omdat we interen op ons eigen vermogen is niet de reden. Open houden van een kerk heeft uiteindelijk met de vitaliteit van het kerkelijk leven en het geloof in God in ons dagelijks leven te maken.
De Duitse filosoof Friedrich Nietzsche sloeg in de 19e eeuw mogelijk de spijker op de kop. Hij filosofeerde dat God dood is. Lees onderstaand stuk van hem. (De vrolijke wetenschap, De Arbeiderspers, vertaling Pé Hawinkels)
Hebt gij niet gehoord van de dolle mens, die op klaarlichte morgen een lantaarn opstak, op de markt ging lopen en onophoudelijk riep: ‘ik zoek God! Ik zoek God!’ – Omdat er daar juist veel van die lieden bijeen stonden die niet aan God geloofden, verwekte hij een groot gelach. ‘Is hij soms verloren gegaan?’ vroeg de een. ‘Is hij verdwaald als een kind?’ vroeg de ander. ‘Of heeft hij zich verstopt? Is hij bang voor ons? Is hij scheep gegaan? Naar het buitenland vertrokken?’ – Zo riepen en lachten zij door elkaar. De dolle mens sprong midden tussen hen in en doorboorde hen met zijn blikken. ‘Waar God heen is?’ riep hij uit. ‘Dat zal ik jullie zeggen! Wij hebben hem gedood – jullie en ik! Wij allen zijn zijn moordenaars! Maar hoe hebben wij dit gedaan? Hoe hebben wij de zee kunnen leegdrinken? Wie gaf ons de spons om de horizon uit te vegen? Wat hebben wij gedaan, toen wij deze aarde van haar zon loskoppelden? In welke richting beweegt zij zich nu? In welke richting bewegen wij ons? Weg van alle horizonnen? Vallen wij niet aan één stuk door? En wel achterwaarts, zijwaarts, voorwaarts, naar alle kanten? Is er nog wel een boven en beneden? Dolen wij niet als door een oneindig niets? Ademt ons niet de ledige ruimte in het gezicht? Is het niet kouder geworden? Is niet voortdurend nacht en steeds meer nacht in aantocht? Moeten er ’s morgens geen lantaarns worden aangestoken? Horen wij nog niets van het gedruis der doodgravers die God begraven hebben? Ruiken wij nog niets van de goddelijke ontbinding? – ook goden raken in ontbinding! God is dood! God blijft dood! En wij hebben hem gedood! Hoe zullen wij ons troosten, wij moordenaars? Het heiligste en machtigste dat de wereld tot dusver bezeten heeft, is onder onze messen verbloed – wie wist dit bloed van ons af? Met welk water kunnen wij ons reinigen? Welke zoenoffers, welke heilige spelen zullen wij moeten bedenken? Is niet de grootte van deze daad te groot voor ons? Moeten wij niet zelf goden worden om haar waardig te schijnen? Nooit was er een grotere daad – en wie er ook na ons geboren wordt, omwille van deze daad behoort hij tot een hogere geschiedenis dan alle geschiedenis tot dusver geweest is!’- Hier zweeg de dolle mens en keek opnieuw zijn toehoorders aan. Ook zij zwegen en keken bevreemd terug. Eindelijk wierp hij zijn lantaarn op de grond, zodat die in stukken sprong en uitdoofde. ‘Ik kom te vroeg,’ zei hij toen, ‘het is mijn tijd nog niet. Dit ongelooflijke gebeuren is nog onderweg. Het maakt een omweg – het is nog niet tot de oren der mensen doorgedrongen. Bliksem en donder hebben tijd nodig, het licht der gesternte heeft tijd nodig, daden hebben tijd nodig, ook nadat ze gedaan zijn, om gezien en gehoord te worden! Deze daad is nog steeds verder van hen af dan de verste gesternten – en toch hebben ze haar zelf verricht! ‘ – Men vertelt verder, dat de dolle mens diezelfde dag nog verscheidene kerken binnengedrongen is en daar zijn requiem aeternam deo aangeheven heeft. Naar buiten gebracht en ter verantwoording geroepen zou hij telkens alleen maar het volgende geantwoord hebben: ‘Wat zijn deze kerken eigenlijk nog, als ze niet de graven en gedenktekens Gods zijn?’
Ik geloof in de verrijzenis van de doden. God leeft al is God om onze zonden gestorven. Kerken zijn stenengetuigen. Maar het gaat om u, die gelooft en persoonlijk getuige van God bent, mens.
Hoe vitaal is ons geloof dat de kerken in Oeffelt, Beugen, Wanroij, St. Anthonis, Oploo, Westerbeek, Overloon, kapel van Groeningen, de nieuw gecreëerde kerkgelegenheid in Vierlingsbeek toekomst hebben?
In twaalf jaren tijd is spijtig in ogen van velen de kerk in Rijkevoort, Ledeaker, Landhorst, Stevensbeek, Maashees en Vierlingsbeek gesloten en aan de eredienst onttrokken om ze te kunnen herbestemmen. Maar ook zonder een eigen kerkgebouw in elk van deze dorpen behoudt de mens, u, de opdracht van het doopsel en het geloof. En met u wil ik graag verder. U leeft, ik leef, God leeft.
Bij mijn pastoorsbenoeming zijn de genoemde gemeenschappen aan mij toevertrouwd. En eerlijk gezegd is, naast mij te oriënteren in wat bestond en kennis te maken met mensen om wat liep door te laten gaan, is hier en daar zo al een sprankje hoop ontstaan, tekenen van perspectief.
De opdracht van de bisschop om te midden van u en met u, die gedoopt en gevormd bent, die ene gemeenschap van Christus te vormen in het geloof rondom verkondiging en uitleg van de heilige Schriften, vieren van de Eucharistie en de overige sacramenten tot heil en zegen, bron om uit te putten, elke dag van ons leven, is waar ik voor honderd procent voor ga met de hulp van Gods genade als u dit goed vindt.
In mei 2012 maakte deken-pastoor Roland Kerssemakers tenslotte bekend dat in uiterlijk negen jaar dertien van de huidige kerken dicht gaan. Het bisdom Den Bosch had dit besloten. De vier kerken die behouden blijven, staan in Oeffelt, Overloon, St. Anthonis en Wanroij. De kapel in Groeningen bleef in beeld voor huwelijken en gildevieringen. Kerssemakers vond het belangrijk dat ‘onze kinderen de kans moeten krijgen om in een vitale, nieuwe en veranderende omgeving het geloof te vieren en te delen’.
Het artikel kopte ‘Geloof vieren in vitale omgeving’. Maar het is geen geheim. Het geloofsleven in elk dorp en de samenleving in totaal heeft sterk aan vitaliteit ingeboet.
Het kerkelijk leven heeft aan vitaliteit ingeboet en tal van seculiere activiteiten zijn er voor in de plaats gekomen. De regel om op Zondag naar de kerk te gaan is nooit afgeschaft maar wordt vrijblijvend ingevuld. De moderne mens is een nieuwe weg ingeslagen. De kerk onder paus Francisus is ook een nieuwe weg ingeslagen en die weg heet het synodale proces.
Paus Franciscus sprak bij de opening van de 70e algemene vergadering van de Italiaanse Bisschoppenconferentie: “Samen op weg gaan is de constitutieve weg van de Kerk; de vorm die ons toelaat de werkelijkheid met de ogen en het hart van God te interpreteren; de voorwaarde om de Heer Jezus te volgen en om dienaars van het leven te zijn in deze gewonde tijd. Alleen binnen deze horizon kunnen we ons pastoraal werkelijk vernieuwen en aanpassen aan de zending van de Kerk in de wereld van vandaag.”
In onze eigen nieuwbrief “Augustus” schreef ik over het initiatief van ons bisdom, KNR en NKV om deze nieuwe ingeslagen weg, de synodale kerk, vorm te geven.
Mijn priesterlijke taak bestaat hierin om het algemene priesterschap van u allen, in een vitale geloofsgemeenschap van Christus en in een actieve, missionaire, diaconale en evangeliserende parochie, inhoud en vorm te geven. En ik betwijfel dat kerkgebouwen aan de eredienst onttrekken en ze terug brengen tot seculier gebruik om ze te verkopen, bij zal dragen de zending die ik heb onder u. Hoewel tegenwoordig al het kerkvolk gemakkelijk op zondag in één kerkgebouw kan en zo een grote besparing boekt op vaste lasten, energiekosten, verzekering en groot onderhoud!
Toen Jezus de versierde stenen van de tempel in Jerusalem vanaf de Olijfberg zag, zei hij: “breek deze tempel af en in drie dagen zal ik hem weer opbouwen (doen herrijzen)”. Kort daarop greep Jezus zelfs in: “maakt van het huis van mijn Vader geen markthal. Dit is een huis van gebed”. Allen die activiteiten in voorhof van de tempel hielden, die afbreuk aan de bestemming deden, verdreef Hij.
Wie wil met mij en samen met anderen in het dorp de kerk behouden voor al diegene die na ons komen en geroepen zijn te komen bidden als zij de klokken horen luiden. Al is het maar om er een kaarsje te ontsteken en er in stilte te bidden of eens in de week, de maand, het jaar de eucharistie bij te wonen, of een uitvaartdienst, een doop, een huwelijk of jubileum.
Paus Franciscus bidt het slot van eerder genoemde vergaderingen van de bisschoppenconferentie. Moge Maria, Moeder van God en van de Kerk, die “met de leerlingen was om de Heilige Geest te aanroepen (Hand. 1, 14) , en zo het missionaire elan van de Heilige Geest op Pinksteren mogelijk heeft gemaakt”, de synodale bedevaart van het volk van God begeleiden, door ons het doel te tonen en ons te onderrichten in de mooie, tedere en sterke stijl van deze nieuwe fase van evangelisatie.
Een nieuwe fase van evangelisatie zal de parochie Maria, Moeder van de Kerk weer vitaliseren. Tegen de achtergrond van het pelgrimslied van Koning Salomon: “Als de Heer de stad niet bouwt zwoegen de bouwers vergeefs, als de Heer de stad niet beschermt waken de wachters vergeefs…”
Zolang de klokken in het dorp luiden is er hoop en heeft een dorp nog een ziel wordt gezegd. Iedereen heeft er de gelegenheid om te komen bidden. Waar de mensen niet meer als levende stenen zich rondom de hoeksteen Jezus Christus samenkomen zal het kerkgebouw als monument getuige zijn van God die dood is, zoals de Duitse filosoof Nietzsche filosofeerde in zijn tijd.
WOORD VAN DE PASTOOR
Tweet